Wetgeving en regels
Wat vraagt de WBTR precies van het bestuur van een kleine vereniging?
De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen geldt sinds 1 juli 2021 voor elke vereniging en stichting in Nederland, ook voor het bestuur dat vier keer per jaar in de kantine bij elkaar komt. De wet vraagt geen handboek en geen extra commissie, maar wel dat een paar afspraken zwart op wit staan en later terug te vinden zijn. Hieronder staat wat een klein vrijwilligersbestuur er in de praktijk mee moet.
Voor welk soort bestuur de wet is geschreven
De WBTR is geschreven voor alle rechtspersonen die geen naamloze of besloten vennootschap zijn: de vereniging, de stichting, de cooperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij. Er staat geen ondergrens in. Een toneelvereniging met tachtig leden valt er net zo goed onder als een landelijke koepel met een eigen bureau.
Dat verrast veel besturen, want de toon van de wet lijkt op die van het ondernemingsrecht. De achterliggende gedachte is eenvoudig: een vereniging heeft geld van anderen onder zich, sluit contracten en huurt zalen. Wie dat namens een rechtspersoon doet, moet weten waar zijn bevoegdheid ophoudt.
De wet werkt bovendien rechtstreeks. Uw statuten hoeven er niet eerst op aangepast te zijn voordat de regels gelden. Staan er in uw statuten uit de jaren tachtig helemaal geen bepalingen over tegenstrijdig belang, dan geldt sinds 1 juli 2021 gewoon wat de wet erover zegt. Dat is geruststellend en verwarrend tegelijk, want het betekent dat uw statuten en uw werkelijke spelregels niet meer volledig samenvallen.
Tegenstrijdig belang: de regel die het vaakst wordt overgeslagen
Van tegenstrijdig belang is sprake als een bestuurder bij een besluit een persoonlijk belang heeft dat niet gelijk loopt met het belang van de vereniging. Het klassieke voorbeeld is de penningmeester wiens schoonzoon de nieuwe geluidsinstallatie levert. Maar het speelt net zo goed bij de bestuurder die de zaal huurt van zijn eigen bedrijf, of die meebeslist over een vrijwilligersvergoeding waarvan hijzelf profiteert.
De wet zegt niet dat zo'n situatie verboden is. Zij zegt dat de betrokken bestuurder niet meebeslist. De overige bestuursleden nemen het besluit. Zijn dat er te weinig, of heeft iedereen hetzelfde belang, dan schuift het besluit door naar het orgaan dat in uw statuten als achtervang is aangewezen, meestal de algemene vergadering of de raad van toezicht.
Hoe u het zichtbaar vastlegt
De praktische vertaling is kort. Zet tegenstrijdig belang als vast agendapunt bij offertes, opdrachten en vergoedingen. Laat de betrokkene het melden voordat de discussie begint. En noteer in de notulen drie dingen: wie een belang meldde, dat die persoon niet heeft meegestemd, en welk besluit de overige bestuursleden namen.
Die drie regels in de notulen zijn later goud waard. Ze laten zien dat het bestuur de situatie heeft gezien en zorgvuldig heeft gehandeld. Een besluit dat zonder die aantekening is genomen, is moeilijker uit te leggen aan een kascommissie, een subsidiegever of een opvolger die er twee jaar later op stuit.
Belet en ontstentenis: wie beslist als er niemand is
Belet en ontstentenis klinken als notarieel jargon, maar het onderwerp is heel concreet. Ontstentenis betekent dat een bestuurszetel leeg is: iemand is afgetreden, overleden of nooit vervangen. Belet betekent dat de bestuurder er formeel nog wel zit, maar tijdelijk niet kan functioneren, bijvoorbeeld door ziekte, een lange reis of een schorsing.
De WBTR verplicht verenigingen en stichtingen om in de statuten te regelen wie in die gevallen bestuurt. Zonder zo'n regeling ontstaat precies de situatie die vrijwilligersbesturen kennen: de penningmeester valt in het voorjaar uit, niemand mag bij de rekening, en de huur van de opslagruimte blijft twee maanden liggen.
Een werkbare regeling beantwoordt vier vragen:
- Wanneer is er sprake van belet? Noem een termijn, bijvoorbeeld afwezigheid van meer dan vier weken, zodat er geen discussie over hoeft te ontstaan.
- Wie neemt de taken tijdelijk over? Een aangewezen medebestuurder, of iemand die de algemene vergadering benoemt.
- Wat mag die persoon wel en niet? Lopende zaken en betalingen wel, grote verplichtingen aangaan pas na overleg.
- Wat gebeurt er als het hele bestuur wegvalt? Wijs aan wie dan bijeenroept, meestal de algemene vergadering of een oud-bestuurder.
Deze regeling hoort in de statuten thuis en die aanpassing loopt via de notaris. Bent u toch bezig met een wijziging, neem het onderwerp dan meteen mee. Wat u daarna aan het Handelsregister en aan uw bank doorgeeft, staat in het stappenplan voor het doorgeven van een statutenwijziging.
Aansprakelijkheid: waar de wet strenger is geworden
Het derde onderwerp waar de WBTR aan raakt, is de aansprakelijkheid van bestuurders. De hoofdregel blijft dat de rechtspersoon aansprakelijk is en niet de vrijwilliger die er 's avonds tijd in steekt. Een bestuurder komt pas persoonlijk in beeld bij ernstig verwijtbaar handelen, en dat is een hoge drempel.
Toch verandert er iets in de houding die van u wordt verwacht. De wet gaat ervan uit dat een bestuurder zich richt naar het belang van de rechtspersoon, dat hij zijn taak behoorlijk vervult en dat hij kan laten zien hoe hij tot besluiten is gekomen. Dat laatste is het punt waar dossiervorming en aansprakelijkheid elkaar raken: wie niets heeft vastgelegd, kan achteraf ook niets aantonen.
Praktisch betekent dit dat u drie soorten stukken bij de hand wilt hebben: de besluiten met hun onderbouwing, de jaarstukken met het verslag van de kascommissie, en de decharge die de algemene vergadering aan het bestuur verleent. Wie daar dieper in wil duiken, vindt in de veelgestelde vragen over persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders de nuances per situatie.
Statuten aanpassen of een bestuursbesluit nemen?
Niet elk onderwerp uit de WBTR vraagt een gang naar de notaris. Het scheelt tijd en geld als u vooraf sorteert wat waar thuishoort. De onderstaande verdeling werkt voor de meeste kleine besturen.
| Onderwerp | Waar u het regelt | Wat u bewaart |
|---|---|---|
| Belet en ontstentenis | Statuten, via de notaris | Notariele akte en het inschrijvingsbewijs |
| Omgang met tegenstrijdig belang | Bestuursbesluit en huishoudelijk reglement | Besluit plus de notulen waarin het is vastgelegd |
| Taakverdeling en bevoegdheden | Bestuursbesluit | Actueel functieoverzicht met ingangsdatum |
| Bankmachtigingen en tekenbevoegdheid | Bestuursbesluit plus de bank | Besluit, bevestiging van de bank, einddatum per persoon |
| Bestuurswisselingen | Algemene vergadering en het Handelsregister | Benoemingsbesluit en het uittreksel van de KVK |
Wat de WBTR betekent voor uw administratie
De wet noemt geen dossiervorm en schrijft geen software voor. Wat zij feitelijk vraagt, is dat u op elk moment kunt laten zien wie bevoegd was, wat er is besloten en op welke grond. Dat lukt alleen als de stukken op een plek staan die niet aan een persoon hangt.
Daar wringt het bij vrijwilligersbesturen. Het benoemingsbesluit staat in de mailbox van de oud-secretaris, de bankmachtiging in een la bij de penningmeester thuis, en de statuten in een map waar niemand het wachtwoord meer van heeft. De wet wordt dan niet overtreden, maar u kunt niets aantonen.
Twee registers verdienen daarbij aparte aandacht. Uw inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel moet de werkelijke bestuurssamenstelling weergeven; het KVK-nummer bestaat uit acht cijfers en rechtspersonen krijgen daarnaast een RSIN. En als vereniging verwerkt u persoonsgegevens van leden, dus houdt u een verwerkingsregister bij op grond van artikel 30 van de Algemene verordening gegevensbescherming. De uitzondering voor organisaties met minder dan 250 medewerkers vervalt zodra een verwerking niet incidenteel is, en een ledenadministratie is dat nooit.
Met Bestuursdossier, de dossierdienst voor verenigingen en stichtingen zet u die onderdelen naast elkaar: statuten, besluiten, functieverdeling, machtigingen en registers, gekoppeld aan de rechtspersoon en niet aan een privemailadres. Wilt u weten wie deze dienst bouwt en waarom, lees dan de pagina over Jimenez Julien, de maker achter deze dienst.
Conclusie: de WBTR vraagt vooral vindbare afspraken
De WBTR maakt van een vrijwilligersbestuur geen juridische afdeling. Zij vraagt drie dingen: leg vast hoe u met tegenstrijdig belang omgaat, regel wie bestuurt als iemand wegvalt, en zorg dat uw besluiten navolgbaar zijn. Wie dat op orde heeft, hoeft bij een wissel niet opnieuw te beginnen, en die wissel loopt soepeler met de checklist voor een bestuurswissel zonder gaten ernaast.
Bestuursdossier is gebouwd om precies dat vast te houden: per onderwerp ziet u wat uw statuten zeggen, wat de wet regelt en welk besluit u zelf heeft genomen, met de datum en de personen erbij. Wilt u dat een keer op uw eigen statuten en agenda bekijken, vraag dan een rondleiding van een half uur aan via het contactformulier. U krijgt binnen twee werkdagen persoonlijk antwoord.